Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleosporium senecionis

Coleosporium senecionis (Persoon) Fries, 1867

op Pinus

gal

Zie beschrijving bij Coleosporium tussilaginis sensu lato

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Pinus.


op Asteraceae

Coleosporium senecionis: uredinina on Senecio inaequidens stem

Senecio inaequidens, Mierlo, Strabrechtse heide: uredinia © Arnold Grosscurt

Coleosporium senecionis: uredinia on Senecio inaequidens

Senecio inaequidens Nieuwendam: op de brede lage bladen vormden de uredinia een stervormig patroon

Senecio inaequidens, Amstelveen, Schiphol-Oost: uredinia

Coleosporium senecionis: section through uredinium and telium

Senecio pyrenaicus, uit González-Fragoso (1925a): door een uredinium (links) en een naastgelegen telium

gal

de teliosporen zijn als basalt-zuiltjes gerangschikt, aan de bovenzijde bedekt door een was-achtige laag. Aanvankelijk zijn ze eencellig, maar uiteindelijk treedt een reductiedeling op en vormen ze een keten van vier cellen. Elk kiemt onder vorming van een steeltje aan de top waarvan een spore wordt gevormd (Mims & Richardson).

De uredinia en telia van Coleosporium-soorten zijn morfologisch niet val elkaar te onderscheiden. Voor foto’s zie onder meer C. melampyri en C. tussilaginis.

uredinia, telia

Asteraceae, oligofaag

Calendula officinalis; Delairea odorata; Erechtites hieraciifoliius; Glebionis coronaria, segetum; Ismelia carinata; Jacobaea alpina, aquatica, erucifolia & subsp. praealta, incana, maritima, paludosa, subalpina, vulgaris; Pericallis cruenta, hybrida; Senecio candicans, carpetanus, doria & subsp. umbrosus, doronicum & subsp. transylvanicus, duriaei, elegans, gallicus, grandiflorus, hercynicus, inaequidens, incrassatus, leucanthemifolius & subsp. vernalis, lividus, macrophyllus, nemorensis & subsp. jacquinianus, ovatus, pulcher, pyrenaicus, sarracenicus, squalidus & subsp. rupestris, sylvaticus. viscosus, vulgaris; Tephroseris longifolia & subsp. pseudocrispa, palustris.

synoniemen

Coleosporium tussilaginis f. sp. senecionis-silvatici Boerema & Verhoeven, 1972; C. calendulae Spegazzini, 1925.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1972a), Doppelbaur & Doppelbaur (1968a, 1973a) Gäumann (1959a), Gjaerum (1970a, 1982a), Gjaerum & Dennis (1976a), González-Fragoso (1925a), Heger & Böhmer (2006a), Helfer (2013a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Krude (2014a, 2019a), Kruse & Jage (2014a), Losa España (1942a), Ludwig (1974a), Mims & Richardson (2005a), Negrean (1997a), Poelt & Zwetko (1997a), Redfern & Shirley (2011a), Schmid-Heckel (1985a), Unamuno (1941a,b).

Laatste bewerking 26.viii.2019