Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Coleosporium sonchi

Coleosporium sonchi Léveillé, 1854

op Pinus

gal

Zie Coleosporium tussilaginis sensu lato.

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Pinus mugo.


op Asteraceae

gal

de teliosporen zijn als basalt-zuiltjes gerangschikt, aan de bovenzijde bedekt door een was-achtige laag. Aanvankelijk zijn ze eencellig, maar uiteindelijk treedt een reductiedeling op en vormen ze een keten van vier cellen. Elk kiemt onder vorming van een steeltje aan de top waarvan een spore wordt gevormd (Mims & Richardson).

De uredinia en telia van Coleosporium-soorten zijn morfologisch niet val elkaar te onderscheiden. Voor foto’s zie onder meer C. melampyri en C. tussilaginis.

uredinia, telia

Asteraceae, oligofaag

Crepis palaestina, tectorum; Lactuca muralis; Lapsana communis; Sonchus aquatilis, arvensis & subsp. uliginosus, asper, oleraceus, palustris, tenerrimus.

Volgens Helfer (2013a) ook Picris cupuligera.

synoniemen

Coleosporium tussilaginis f. sp. sonchi Boerema & Verhoeven, 1972; C. sonchi-arvensis (Persoon) Léveillé, 1860.

literatuur

Brandenburger (1972a, 1985a: 24). Doppelbaur & Doppelbaur (1973a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Helfer (2013), Henderson (2004a), Jage, Klenke, Kruse oo (2016a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014, 2019a), Kruse & Jage (2014a), Mims & Richardson (2005a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Zwetko (2000a).

Laatste bewerking 21.xi.2021