Cronartium ribicola Fischer, 1872

weynouth-dennenblaasroest, blaasroestschimmel

gal

Uitgestrekte zwellingen van takken, met lichtgele erwt-grote blaasvormige aecia. Vaak druipt er hars uit de het gezwel.

spermogonia, aecia

Pinaceae, monofaag

Pinus aristata, cembra, flexilis, monticola, strobus.

Uitsluitend op vijf-naaldige soorten.


op kruiden en struiken

Cronartium ribicola on Ribes rubrum

Ribes rubrum, Dronten: uredini © Arnold Grosscurt

Cronartium ribicola with Mycodiplosis

onderzijde van een ander blad, met larven, waarschijnlijk van het op eten van roest-sporen gespecialiseerde galmuggen-geslacht Mycodiplosis

Cronartium ribicola: telia on Ribes nigrum

Ribes nigrum, Nieuwendam: de sporen worden als een staafje uit de telia geperst

Cronartium ribicola: teliospores

teliosporen

Cronartium ribicola: telia on Ribes spec.

Ribes spec., België, prov. Antwerpen, Meerhout © Carina Van Steenwinkel

Cronartium ribicola: telia on Ribes spec.

telia

Cronartium ribicola: telia on Ribes spec.

een enkel telium

Cronartium ribicola: uredinium (swction)

Rubes nigrum, uit González-Fragoso (1925a): uredinium (doorsnede)

_Cronartium ribicola: telia on Ribes spec.

de teliosporen kiemen al in het telium: op vier (drie zichtbaar) steeltjes, “sterigmata”, worden na reductiedeling een spore gevormd.

gal

uredinia aan de onderzijde van het blad, 0.3 mm grote bultjes, bedekt met een peridium met een centrale ronde pore; sporen oranje, 21-25 x 13-18 µm, stekelig. De teliosporen zijn elliptisch, eencellig, 30-70 x 10-21 µm. Ze kleven aan elkaar, en worden als een wasachtig draadje van tot 1-2 mm naar buiten geperst.

uredinia, telia

polyfaag

Asclepias incarnata; Bartsia alpina; Mentzelia lindleyi; Nasa triphylla; Ribes alpinum, americanum, aureum, nigrum, petraeum, rubrum, sanguineum, speciosum, spicatum, uva-crispa; Tropaeolum majus.

literatuur

Afshan, Khalid & Niazi (2012a), Beenken & Senn-Irlet (2016a), Blumer (1946a), Brandenburger (1985a: 23, 219), Buhr (1965a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1957a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Kaitera & Hiltunen (2012a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a), Kruse & Jage (2014a), McTaggart, Geering & Shivas (2014a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez ao (2010a), Mułenko, Piątek, Wołczańska ao (2010a), Negrean (1997a), Negrean & Anastasiu (2006a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Riegler-Hager (2002b), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Skuhravá & Skuhravý (2009d), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 14.viii.2018