Melampsora amygdalinae Klebahn, 1909

amandelwilgroest

op Salix

gal

alle vier de sporentypen worden zonder waardwisseling op dezelfde plant gevormd; spermogonia en aecia echter zelden gevormd. Spermogonia oranje, subcuticulair. Aecia overwegend onderzijdig, ook op jonge twijgen, oranje, schotelvormig, tot 1 mm. Uredinia lijken op de aecia, maar hebben paraphysen; urediniosporen elliptisch, 11-15 x 19-32 µm, fijn-bestekeld, maar met een gladde top. Telia eveneens onderzijdig, subcuticulair, bruinzwart, in kleine groepjes begrensd door de bladnervatuur.

waardplanten

Salicaceae, nauw monofaag

Salix triandra.

Zelden ook op S. pentandra.

opmerkingen

Aangetaste planten verliezen voortijdig veel blad, groeien slecht en jonge bomen vertonen kankerachtige gezwellen (Wilson & Henderson).

literatuur

Brandenburger (1985a: 44), Buhr (1965a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a), Negrean (1996b), Poelt & Zwetko (1997a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014c), Savchenko, Wasser, Heluta & Nevo (2019a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Tykhonenko (2010a), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 29.ix.2019