Melampsora arctica von Thümen, 1879

Saxifraga

gal

spermogonia oranje, bovenzijdig, in kleine groepen. Aecia eveneens bovenzijdig en oranje, schotelvormig zonder duidelijke rand, vaak nabij de bladtop, op gele vlekjes.

spermogonia, aecia

Saxifragaceae, monofaag

Saxifraga azoides, androsacea, biflora, cespitosa, exarata, geranioides, hypnoides, moschata, oppositifolia, pedemontana subsp. pedatifida, pubescens, rivularis, seguieri.


op Salix

Melampsora arctica: paraphyses, urediniospores

Salix herbacea, uit González-Fragoso (1925a): paraphysen, urediniosporen

gal

uredinia oranje, vooral bovenzijdig; sporen ± rond, 15-22 x 17-25 µm, rondom fijn-bestekeld; tussen de sporen talrijke 55-65 µm lange paraphysen met een duidelijke kop. Telia meestal onderzijdig, subepidermaal, bruinig.

uredinia, telia

Salicaceae, nauw monofaag

Salix breviserrata, glaucosericea, herbacea, lanata, pyrenaica, retusa.

synoniemen

Melampsora alpina Juel, 1894.

M. arctica wordt door sommige auteurs beschouwd as onderdeel van één veelvormige soort met aecia op allerlei planten en uredinia en telia op wilg: Melampsora epitea.

literatuur

Brandenburger (1985a: 44, 216), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a), Klenke & Scholler (2015a), Losa Quintana (1972a), Mayor (1970a), Pellicier (2001a), Scholler & Schubert (1993a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

08/05/2017

mod 16.vii.2017