Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Cerotelium fici

Cerotelium fici (Castagne) Arthur, 1917

op Ficus, Maclura

Cerotelium fici: uredininum

Ficus carica, uit González-Fragoso (1925a: uredinium (doorsnede)

gal

spermogonia en aecia onbekend. Uredinia onderzijdig, 0.3 mm, vaak zeer talrijk, rood, op een centrale pore na bedekt door de epidermis; rondom de sporen staat een kring van draadvormige dunwandige, 60-90 µm lange paraphysen die snel verdrogen; urediniosporen met 2-4 kiemporen. Telia ontstaan uit de uredinia, sporen in ketens van 3-7; ze worden maar zelden gevonden.

waardplanten

Moraceae, oligofaag

Ficus carica; Maclura pomifera.

synoniemen

Kuehneola fici Butler, 1914; Physopella fici (Castagne) Arthur, 1906.

literatuur

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Brandenburger (1985a: 72), Gäumann (1959a), Gjaerum (1982a, 1987a), Gjaerum & Dennis (1976a), González-Fragoso (1925a), Huseyin & Selcuk (2004a), Klenke & Scholler (2015a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014c), Savchenko, Wasser, Heluta & Nevo (2019a), Săvulescu & Rayss (1935a), Spooner & Butterfill (1999a).

Laatste bewerking 28.ix.2019