Arthuriomyces peckianus (Howe) Cummins & Hiratsuka, 1983

op Rubus

Arthuriomyces peckianus: aecia

Rubus © Bruce Watt, University of Maine, Bugwood.org

Arthuriomyces peckianus: aecia

aecid in detail

Arthuriomyces peckianus: teliospores

Rubus saxatilis, uit González-Fragoso (1925a): teliosporen

gal

Geen waardwisseling. Spermogonia gewoonlijk bovenzijdig, geel, later bruin, ca. 0.1 mm. Aecia onderzijdig, groot en vlak, vaak de hele bladonderzijde bedekkend als een oranje laag; aangetaste bladeren blijven klein en hebben een uitgesproken ziekelijk uiterlijk. Geen uredinia. Telia klein, zwart, onderzijdig, op gele vlekken. Teliosporen tweecellig, ei- of ruitvormig, elke cel met een kleine scherp afgezette papil; wand dun en glad; steel hyalien, afbrekend. De schimmel is systemisch, overwintert dus met de plant.

waardplanten

Rosaceae, nauw monofaag

Rubus arcticus, canadensis, chloocladus, leptadenes, saxatilis.

synoniemen

Gymnoconia peckiana (Howe) Trotter, 1910; G. interstitialis (Schlechtendal) Lagerheim, 1894.

opmerkingen

Zeer nauw verwant met bovenstaande soort is Gymnoconia nitens (Schweinitz) Kern & Thurston, 1929. Deze verschilt slechts door een iets ander waardplant-spectrum (eveneens zonder R. fruticosus of idaeus, en door het ontbreken van een telia-stadium.

literatuur

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gäumann (1959a), Helfer (2005a), Henderson (2000a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Roskam (2019a).

mod 18.xii.2019