Gymnosporangium clavariiforme (Wulfen) de Candolle,1805

meidoorn-jeneverbesroest, jeneverbes-meidoornroest

op houtige Rosaceae

Gymnosporangium clavariiforme: gall on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, België, prov. Namen, Ave-et-Auffe © Jean-Yves Baugnée, det. Arthur Vanderweyen

Gymnosporangium clavariiforme: gall on Crataegus monogyna

onderzijde, met aecia

Gymnosporangium clavariiforme on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna: aecia met lange peridia aan de onderzijde van het blad, Nieuwendam

Gymnosporangium cf clavariiforme: gall on Crataegus monogyna

Crataegus monogyna, Balloo © Ben van As (deterominatie “cf”)

Gymnosporangium cf clavariiforme: gall on Crataegus monogyna

zelfde blad, onderzijde

gal

De aecia zitten in een groep op een opgezwollen deel aan de onderzijde van het blad, soms zelfs op een vrucht. Peridium cylindrisch, 2-3 mm lang, aan de top uiteenrafelend. De cellen van het peridium zijn dicht- en grofwrattig.

spermogonia, aecia

houtige Rosaceae, oligofaag

Amelanchier ovalis; Aroniax prunifolia; Cotoneaster nummullarius; Crataegus azarolus, laevigata, macrocarpa, microphylla, monogyna, nigra, orientalis, pentagya, sanguinea, x sorbifolia; Cydonia oblonga; Malus domestica, sylvestris; Mespilus germanica; Pyrus communis, syriaca; Sorbus aria, arranensis, aucuparia, latifolia, meinichii, neglecta, torminalis.

Crataegus is veruit de belangrijkste waardplant.


op Juniperus

Gymnosporangium clavariiform: telia on Juniperus communis

Juniperus communis, Mantingerzand, 3.iv.2019 © Ben van As

Gymnosporangium clavariiforme

Juniperus communis: telia; België, prov, Namen, Ave-et-Auffe © Jean-Yves Baugnée, det. A Vanderweyen: droogte-beeld

Gymnosporangium clavariiforme: teliospores

Juniperus communis, uit González-Fragoso (1925a): teliosporen

Juniperus communis, from González-Fragoso (1925a): teliospores

gal

De telia bevinden zich op de takken. Bij droog weer zijn ze verschrompeld, bros, en niet erg opvallend; bij nat weer zwellen ze zeer sterk op en kleuren oranjerood (dit gebeurt door het opzwellen van de stelen van de teliosporen) ze zijn veel hoger dan breed. De tweecellige teliosporen zijn lang: 13-20 x 50-86 µm, andere bronnen schrijven 10-22 x 40-120 µm; elke cel met 2 kiemporen nabij de scheidingswand. Er kunnen heksenbezems gevormd.

telia

Cupressaceae, monofaag

Juniperus communis.

Klenke & Scholler noemen alleen J. communis; Gäumann daarenboven J. communis subsp. nana, oxycedrus, rigida; andere auteurs breiden de lijst nog verder uit.

inquilinen

Mycodiplosis gymnosporangii.

literatuur

Bahcecioglu & Kabaktepe (2012a), Brandenburger (1985a: 29), Buhr (1964b), Bellmann (2012), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Dervis, Dixon, Doğanlar & Rossman (2010a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Helfer (2005a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Koops (2013a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2019a), Kummer (2012a), Llorens i Villagrasa (1984a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redfern & Shirley (2011a), Roques, Cleary, Matsiakh & Eschem (2017a), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014c), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2012a, 2014a), Tóth (1994a), Unamuno (1941b), Vanderweyen & Fraiture (2008a), Wilson & Henderson (1966a), Zhao, Liu, Li & Cai (2016a), Unamuno (1942a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 30.vii.2019