Gymnosporangium torminali-juniperini Fischer, 1910

op Sorbus

gal

De spitse en slanke peridia, die aan het einde niet rafelen, zijn kenmerkend. De aecia lijken sterk op die van Gymnosporangium cornutum, maar de mateen van de aeciosporen verschillen ietwat: 18-24 × 24-27 µm, in plaats van 16-25 × 21-29 µm bij cornutum.

spermogonia, aecia

Rosaceae, monofaag

Sorbus aucuparia, chamaemespilus, domestica, hybrida, latifolia, mougeotii, torminalis.

Vooral op S. torminalis


op Juniperus

gal

alleen telia, halfbolvormig, tot 2 mm hoog, op de naalden, droog lichtbruin; sporen twee-cellig, 21-30 x 35 µm, met per cel gewoonlijk 1 kiempore, bedekt door een kleurloze papil.

telia

Cupressaceae, nauw monofaag

Juniperus communis s.str.

literatuur

Brandenburger (1985a: 31), González-Fragoso (1925a), Helfer (2005a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Poelt & Zwetko (1997a).

mod 1.ix.2019