Puccinia aconiti-rubrae Lüdi, 1918

op Aconitum

gal

spermogonia honingkleurig, in dichte groepen op de bovenzijde van de bladeren, ook op de bladstelen en de stengels. Aecia op de corresponderende onderzijde; peridium bijna buisvormig-bekervormig, roodachtig geel. Aeciosporen oranjegeel. De aecia staan in het algemeen niet op verkleurde bladvlekken.

spermogonia, aecia

Ranunculaceae, monofaag

Aconitumx cammarum, degenii, napellus, tauricum, variegatum.

Niet op A. lycoctonum (Klenke & Scholler).


op Festuca

gal

geen uredinia. Telia onderzijdig, als tot 5 mm lange verticale streepjes; ze blijven lang door de epidermis bedekt. Ze zijn omgeven, soms ook verdeeld, door een rij van bruine ± knotsvormige paraphysen. Teliosporen tweecellig, slank, met een gladde, dunne wand die alleen aan de top wat verdikt is. Steel kort, blijvend.

uredinia, telia

Poaceae, monofaag

Festuca rubra, violacea.

synoniemen

verscheidene auteurs beschouwen deze soort als identiek aan, of eem variëteit van P. recondita.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

27/05/2017

mod 17.vii.2017