Puccinia actaeae-agropyri Fischer, 1901

op Ranunculaceae

gal

spermogonia honingkleurig, in kleine groepen, op de bovenzijde van de bladeren. Aecia onderzijdig, bekervomig, geelwit, vaak in tot 8 mm grote kringen; sporen fijn-wrattig. Het bladweefsel wordt snel bruin en sterft af.

spermogonia, aecia

Ranunculaceae, oligofaag

Aconitum x cammarum, lycoctonum, napellus, tauricum, variegatum; Actaea rubra, spicata; ? Adonis; Aquilegia vulgaris; Consolida ajacis, regalis;,Delphinium cashmerianum, elatum, exaltatum, staphisagria; Eranthis hyemalis; Helleborus foetidus, lividus subsp. corsicus, odorus, purpurascens, viridis; Hepatica nobilis; Leptopyrum fumarioides; Nigella arvensis, damascena, gallica; Thalictrum pyrrhocarpum; Trollius asiaticus, europaeus.

Niet op Clematis!


op Elymus

gal

Uredinia bovenzijdig, lang bedekt door de epidermis; urediniospores met 3-± 5 poren. Ook telia bovenzijdig, langgerekt, vak samenvloeiend, lang door de epidermis bedekt; geen paraphysen. Teliosporen twee-cellig, ± kegelvormig met brede top, niet ingesnoerd. De wand is glad en dun, maar aan de top sterk verdikt (niet aan de basis). De steel is zeer kort, blijvend.

uredinia, telia

Poaceae, ? monofaag

Elymus caninus.

Mogelijk ook Elytrigia atherica, campestris (Gäumann).

synoniemen

veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan P. recondita.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Maier, Wingfield, Mennicken & Wingfield (2007a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a).

mod 30.vii.2018