Puccinia aecidii-leucanthemi Fischer, 1898

op Leucanthemum

gal

aecia in grote ronde groepen; peridium vormt een wittige, naar buiten gebogen franje; sporen 14-18 µm, zelden > 18 µm.

spermogonia, aecia

Asteraceae, monofaag

Leucanthemum vulgare.


op Carex

gal

uredinia en telia klein, langwerpig, zelden meer dan 1/4 mm lang, lang door de epidermis bedekt. Urediniosporen met verwijderde conische stekels en 2, voorbij de equator liggende poren. Teliosporen tweecellig, vaak omgekeerd peervormig, celwand glad, in het topdeel van de bovenste cel sterk verdikt; steel hyalien, blijvend, tot 35 µm.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex montana.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Doppelbaur & Doppelaur (1968a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Tóth (1994a), Zwetko & Blanz (2012a).

mod 30.vii.2018