Puccinia agropyri Ellis & Everhart, 1892

op Clematis

gal

aecia oranjegeel, op verkleurde en soms vergalde plekken op de bladeren, bladstelen of stengels.

Zonder kennis van de waardwisseling zijn aecia op Clematis niet tot op de soort te determineren.

spermogonia, aecia

Ranunculaceae, monofaag

Clematis alpina, integrfolia, recta, vitalba.


op Agropyron s.l.

Puccinia agropyri: teliospores

Elytriga juncea, uit González Fragoso (1924a): teliosporen

gal

Uredinia langgerekt, lang door de epidemis bedekt; urediniosporen 21-23 x 24-32 µm, met 3-4(7) poren. Telia lang door de epidermis bedekt; zw worden gecompartimenteerd door rijen bruine paraphysen. Teiospoen tweecellig, slank-knotvormig, niet ingesnoerd, aan de top afgevlakt; wand glad, alleen aan de top wat verdikt; steel uiterst kort, blijvend.

uredinia, telia

Poaceae, nauw oligofaag

Agropyron cristatus; Elymus campestris, caninus, smithii; Elytrigia juncea, pungens, repens; Eremopyrum triticeum; Hordelymus europaeus; Taeniatherum caput-medusae subsp. crinitum.

synoniemen

sommige auteurs beschouwen deze soort als identiek aan P. recondita.

literatuur

Buhr (1964b), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Llorens i Villagrasa (1984a), Losa España (1942a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Unamuno (1942a).

mod 31.vii.2018