Puccinia cardui-pycnocephali Sydow & Sydow, 1902

op Carduus

Puccinia cardui-pycnocephali: spores

Carduus bourgeanus, uit González Fragoso (1924a): teliosporen en twee urediniosporen

Puccinia cardui-pycnocephali: spores

Carduus pycnocephalus: teliopsoren en een abnormale urediniospore

gal

geen waardwisseling, alleen uredinia en telia. Uredinia kastanjebruin, verspreid, poederig; urediniospores met 3-4 equatoriale pore poren, elk bedekt door een papil. Telia ook op de stengel, donkerbruin, spoedig naakt. Teliosporen twee-cellig, elliptisch, fijn-wrattig, ca. 37 µm lang. De steel is hyalien, afvallend, tot 60 µm lang.

uredinia, telia

Asteraceae, nauw monofaag

Carduus bourgeanus, pycnocephalus, tenuiflorus.

Door Gäumann, en mogelijk op diens gezag ook Klenke & Scholler, wordt “C. pycnocehalus” geïnterpreteerd als C. acanthoides; dat is echter een andere soort.

synoniemen

veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan P. calcitrapae.

literatuur

Brandenburger (1985a), Gäumnn (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Losa España (1944a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Unamuno (1942a).

mod 20.vii.2019