Puccinia carduorum Jacky, 1899

op Carduus

gal

geen waardwisseling. Spermogonia op de bovenzijde van de bladeren; wanneer rijp orange van kleur. Uredinia bruin, bovenzijdig, vroeg naakt, poederig; urediniospores met 3 ± equatoriale pore poren, meestal niet bedekt door een papil. Telia beiderzijdig, donkerbruin, spoedig naakt. Teliosporen twee-cellig, elliptisch, fijn-wrattig, ca. 32 µm lang. De steel is kort, hyalien.

uredinia, telia

Asteraceae, monofaag

Carduus acanthoides, argyroa, aurosicus, bourgaei, bourgeanus, candicans, carduelis, carpetanus, chevallieri, chrysacanthus, collinus, crispus & subsp. multiflorus, defloratus & subsp. carlinifolius + glaucus + medius, hamulosus, kerneri subsp. lobulatiformis, litigiosus, meonanthus, nigrescens subsp. assoi, nutans & subsp. granantensis + leiophyllus + platylepis + scabrisquamus + subacaulis, personata, pycnocephalus, spachianus, tenuiflorus, tmoleus subsp. cronius.

synoniemen

Puccinia deflorati Probst, 1907 wordt door González Fragoso zonder argumentatie onderscheiden als een aparte vorm van carudorum op Carduus defloratus. Hetzelfde geldt voor P. crispi Klebahn, 1914 op Carduus crispus en personata.

Veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan P. calcitrapae.

literatuur

Alaei, De Backer, Nuytinck ao (2009a), Blumer (1946a), Brandenburger (1972a, 1985a), Gäumnn (1959a), Gjaerum (1982a), González Fragoso (1924a), Hafellner (1980a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Kruse, Thiel, Beenken ao (2018d), Ludwig (1974a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Unamuno (1942a).

mod 2.ix.2019