Puccinia caricina de Candolle, 1815

brandnetelroest, ribes-zeggeroest

op Ribes

Puccinia caricina: aecia on Ribes rubrum

Ribes rubrum, Dronten © Arnold Grosscurt

Puccinia caricina: aecia on Ribes rubrum

onderzijde met aecia

Puccinia caricina: aecia and spermogonia on Ribes rubrum

Ribes rubrum, Engeland, Berks, VC22: aecia en spermogonia © Malcolm Storey, Bioimages

opmerkingen

De soorten van het complex van P. caricina s.l. kunnen in het aecia-stadium alleen worden gedetermineerd als de waardwisseling bekend is. De foto’s hierboven hebben dus niet met zekerheid betrekking op caricina in strikte zin.

gal

aecia ook op nerven, bladstelen, groene scheuten en vruchten; peridium bekervormig, wit, met omgeslagen rand; locaal sterke galvorming en verkleuring.

spermogonia, aecia

Grossulariaceae, monofaag

Ribes alpinum, aureun, nigrum, rubrum, sanguineum, uva-crispa.


op Carex

gal

uredinia onderzijdig, lichtbruin, op gele vlekken. Urediniosporen met 3(4) equatoriaal gelegen poren, wand 1-2 µm dik. Telia zwartbruin. Teliosporen 2-cellig, vrijwel zonder insnoering knotsvormig, doorlopend in de steel; wand glad, apicaal deel van de topcel matig verdikt; steel hyalien, tot half za lang als de spore.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex buxbaumii, diandra, pseudocyperus, rostrata.

synoniemen

Puccinia caricis Schröter, 1873; P. ribesii-caricis Klebahn, 1907; P. ribesii-pseudocyperi Klebahn, 1900.

De beschrijving hierboven heeft betrekking op caricina in strikte zin. Veel auteurs hanteren daarentegen een veel bredere opvatting van deze soort; P. caricis in die brede betekenis alterneert tussen Ribes spp. en allerlei Carex-soorten.

De volgende hier besproken taxa maken deel uit van het complex van P. caricina s.l.: P. caricina, caricina var. ribis-ferrugineae, magnusii, pringsheimiana, ribesii-digitatae, ribesii-diversicoloris, ribesii-pendulae, ribis-nigri-lasiocarpae, ribis-nigri-paniculatae.

inquilinen

de uredinia worden geparasiteerd door Eudarluca caricis.

literatuur

Alaei, De Backer, Nuytinck ao (2009a), Bahcecioglu & Gjaerum (2004a), Bellmann (2012a), Blumer (1946a), Brandenburger (1985a: 78, 200), Buhr (1964a, 1965a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a), Gjaerum & Dennis (1976a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Korytnianska & Popova (2012a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kropp, Hansen, Wolf, Flint & Thomson (1997a), Kruse (2014a, 2019a), Kummer (2012a), Losa España (1942a, 1944a), Negrean (1996b), Poelt & Zwetko (1997a), Preece & Hick (1994a), Redferd & Shirley (2011a), Riegler-Hagler (2002a,b), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Scheuer & Bechter (2012a), Schmid-Heckel (1985a), Scholler & Schubert (1993a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Tóth (1994a), Unamuno (1942a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a), Zwetko (2007a).

mod 23.viii.2019