Puccinia caricis-frigidae Fischer, 1897

op Cirsium

gal

aecia vooral onderzijdig, op verkleurde plekken; ze zijn bekervormig met naar witte, buiten gebogen peridium-slippen; sporenmassa geel.

spermogonia, aecia

Asteraceae, nauw monofaag

Cirsium eriophorum, heterophyllum, rivulare, spinosissimum.


op Carex

gal

geen eigenlijke uredinia, de urediniosporen worden in klein aantal gevormd tussen de teliosporen; ze hebben 2 poren boven de equator. Telia vooral onderzijdig, zwart. Teliosporen tweecellig, slank, met een gladde wand die aan de top sterk verdikt is. Steel kleurloos, blijvend, lang, vaak langer dan de spore; de sporen vallen niet uit.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex frigida, fuliginosa.

synoniemen

sommige auteurs beschouwen deze soort als identiek aan Puccinia dioicae, of als een varieteit daarvan.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a) Mayor (1967a).

27/05/2017

mod 17.vii.2017