Puccinia cerinthes-agropyrina Tranzschel, 1907

op Boraginaceae

gal

spermogonia meest bovenzijdig. Aecia onderzijdig, bekervormig met een wit, naar buiten gebogen, in slippen verdeeld peridium, ook op stengels, bladstelen en kelken, bekervormig, in dichte kringen; sporenmassa oranje.

spermogonia, aecia

Boraginaceae, oligofaag

Aegonychon purpurocaeruleum; Borago officinalis; Buglossoides arvensis; Cerinthe glabra, minor; Cynoglossum creticum, officinae; Echium plantagineum, vulgare; Lithospermum officinale; ? Nonea erecta; Myosotis alpestris, arvensis, ramosissima, scorpioides, stricta; Omphalodes linifolia.


op Elymus, Elytrigia

gal

uredinia roestbruin, beiderzijdig. Urediniosporen 15-23 x 16-28 µm, fijn-bestekeld, met ± 8 poren. Telia eveneens beiderzijdig, bedekt door de epidermis, door rijen bruine paraphysen in kleine compartimenten verdeeld. Teliosporen 2-cellig, slank kegelvormig, versmald naar de steel; wand glad, aan de top wat verdikt; steel kort.

uredinia, telia

Poaceae, nauw oligofaag

Elymus campestris, caninus; Elytrigia atherica, intermedia & subsp. trichophora, repens.

synoniemen

veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan P. recondita.

literatuur

Alaei, De Backer, Nuytinck ao (2009a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swerrtz (2011a).

14/03/2017

mod 17.vii.2017