Puccinia chrysanthemi Roze, 1900

op Chrysantnhemum s.l.

gal

Geen waardwisseling; uitsluitend uredinia en telia. Uredinia roestbruin, meestal onderzijdig op bruine bladvlekken, vroeg naakt, poederig. Urediniosporen bolrond, fijn-wrattig met 3 equatoriale poren, bedekt door een papil die in water sterk opzwelt. Telia zelden gevormd, donkerbruin, onderzijdig, naakt. Teliosporen meestal 2-cellig, wand bruin, fijn-bestekeld, aan de top zwak verdikt; steel blijvend, kleurloos, 1-2 zo lang als de spore.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag

Argyranthemum frutescens, pinnatifidum; Chrysanthemum “chinense”, decaisneanum, indicum, morifolium, shimotomaii, zawadskii; Dendranthema grandiflorum, japonicum, lavandulifolium subsp. seticuspe, pacificum.

De vermelding van Artemisia spp. als waardplant door Afshan ea moet wel op een misdeterminatie berusten.

synoniemen

door Termorshuizen & Swertz wordt deze soort beschouwd als identiek met P. tanaceti.

literatuur

Afshan, Khalid & Niazi (2012a), Alaei, De Backer, Nuytinck, Maes, Höfte & Heungens (2009a), Beenken & Senn-Irlet (2016a), Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Gjaerum & Dennis (1976a), González Fragoso (1924a), Klenke & Scholler (2015a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014d), Termorshuizen & Swertz (2011a), Unamuno (1941b).

29/05/2017

mod 16.vii.2017