Puccinia crepidis-aureae Sydow, 1901

op Crepis

gal

Geen waardwisseling. Aecia onderzijdig, bekervormig, geel met teruggeslagen rand, op gele vlekken, ook op nerven en bladstelen. Uredinia, beiderzijdig, gelijktijdig de aecia verschijend, kaneelbruin, zeer klein (0.2 mm). Urediniosporen 16-24 µm, met 2(3) meestal boven-equatoriale poren. Telia beiderzijdig, zwartbruin; sporen 18-31 x 20-42 µm, tweecellig, fijn-wrattig, op zeer korte, hyaliene stelen.

waardplanten

Asteraceae, nauw monofaag

Crepis aurea.

opmerkingen

Van deze waardplant is ook beschreven Uredo breventiaca Guyot & Massenot, 1958. Later is echter gebleken dat er een vergissing gemaakt is met de waardplant; de werkelijke waardplant is niet bekend (Klenke & Scholler).

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a).

mod 1.viii.2018