Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Puccinia epilobii

Puccinia epilobii de Candolle, 1815

microcyclische basterdwederikroest

op Epilobium

gal

Geen waardwisseling; uitsluitend telia. Ze zijn beiderzijdig, roodbruin, poederig, vaak met een dikke rand waardoor ze ietwat doen denken aan aecia; de sporen zijn twee-cellig, 13-25 x 26-45 µm, en hebben een korte, afvallende steel. Aangetaste planten zijn misvormd en blijven steriel; de bladeren zijn verbleekt en vedikt.

waardplanten

Onagraceae, monofaag

Epilobium alsinifolium, anagallidifolium, collinum, davuricum, dodonaei, hirsutum, hornemanni, lactiflorum, montanum, obscurum, palustre, parviflorum, roseum, tetragonum.

literatuur

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Dietrich (2013a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1982a), Gjaerum & Dennis (1976a), González Fragoso (1924a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Melzer, Pittoni, Poelt & Scheuer (1984a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

Laatste bewerking 24.v.2019