Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Puccinia gentianae

Puccinia gentianae (Strauss) Link, 1924

gentiaanroest

op Gentiana, Gentianella

Puccinia gentianae: spores

Gentiana pumila, uit González Fragoso (1924a): urediniosporen en teliosporen

gal

Spermogonia geel, in kleine groepen tussen de aecia. Aecia onderzijdig en op de stengels, op bruine plekken, bekervormig, schaars. Uredinia en telia vooral onderzijdig, wrattig, respectievelijk bleek- en donkerbruin. Urediniosporen geelbruin met 2(-3) kiemporen. Teliosporen twee-cellig, bijna bolrond, op een vrij lange, afbrekende steel.

waardplanten

Gentianaceae, nauw oligofaag

Gentiana acaulis, asclepiadea, bavarica, brachyphylla, burseri & subsp. villarsii, carpatica, clusii, cruciata & subsp. phlogifolia, froelichii, gelida, lutea, pannonica, pneumonanthe, prostrata, pumila, punctata, purpurea, septemfida, terglouensis, verna; Gentianella amarella, anisodonta, campestris, ciliata, germanica.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a), González Fragoso (1924a), Henderson (2000a, 2004a), Klenke & Scholler (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Riegler-Hager (2014a), Scheuer & Bechter (2012a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tóth (1994a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a).

Laatste bewerking 3.viii.2018