Puccinia gibberosa Lagerheim, 1888

op Drymochloa

gal

uredinia roestrood, bovenzijdig, met paraphysen; sporen met 8-9 kiemporen. Telia onderzijdig, zwartbruin, door de epidermis bedekt, door rijen bruine paraphysen gecompartimenteerd; sporen tweecellig, aan de top met 1-5, slechts 2-6 µm lange vingervormige uitsteeksels; steel zeer kort.

uredinia, telia

Poaceae, monofaag

Drymochloa sylvatica (= Festuca altissima).

synoniemen

vaak als conspecifiek beschouwd met P. coronata.

opmerkingen

de waardwisseling is niet bekend. Infecteren van Frangula alnus en Rhamnus cathartica, waardplanten van P. coronata, lukte niet.

literatuur

Brandenburger (1985a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

11/01/2017

mod 16.vii.2017