Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Puccinia hysterium

Puccinia hysterium Röhling, 1813

morgensterroest

op Geropogon, Tragopogon

gal

Geen waardwisseling. Spermogonia 90-140 µm, bovenzijdig,ook op de stengel. Aecia merendeels onderzijdig, bekervormig, met wit peridium en gele sporenmassa, op duidelijk vergalde plekken. Uredinia ontbreken. Telia beiderzijdig, ook op de stengels, lang bedekt door de epidermis, uiteindelijk kussenvormig, poederig, donkerbruin. Sporen twee-cellig, wrattig, op een korte, afbrekende steel. Aangetaste scheuten zijn duidelijk misvormd en verbleekt.

waardplanten

Asteraceae, nauw oligofaag

Geropogon hybridus; Tragopogon buphthalmoides, dubius & subsp. major, floccosus, latifolius, porrifolius, pratensis & subsp. minor + orientalis.

synoniemen

Puccinia tragopogonis (Persoon) Corda, 1842.

literatuur

Brandenburger (1985a: 697), Buhr (1965a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ellis & Ellis (1997a), Gäuman (1959a), Gjærum & Lye (2014a), González Fragoso (1924a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Losa España (1942a), Poelt & Zwetko (1997a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

Laatste bewerking 5.ix.2019