Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Puccinia laschii

Puccinia laschii Lagerheim, 1895

op Cirsium, Silybum

Puccinia laschii: spores

Cirsium palustre, uit González Fragoso (1924a): urediniosporen en teliosporen

gal

Geen waardwisseling. Spermogonia oranje, vooral bovenzijdig, ook op de bladstelen. Aecia worden niet gevormd. Uredinia lichtbruin, vooral onderzijdig, op bovenzijdige bruine bladvlekken; urediniosporen 19-26 x 22-32 µm, fijn-bestekeld met 3 equatoriale poren, soms met een zwakke papil. Telia zwartbruin, poederig, vooral bovenzijdig. Teliosporen tweecellig, kort-elliptisch, 17-32 x 22-46 µm; celwanden fijn-wrattig; steel kort, kleurloos, afvallend.

waardplanten

Asteraceae, monofaag

Cirsium acaulon, alsophilum, altissimum, ? arvense, canum, carniolicum, decussatum, dissectum, eriophorum, erisithales, esculentum, heterophyllum, japonicum, laniflorum, leucopsis, monspessulanum, obvallatum, oleraceum, palustre, pannonicum, pyrenaicum, richterianum, rivulare, spinosissimum, tuberosum; Silybum marianum

synoniemen

Puccinia cirsii Lasch, 1859.

Puccinia laschii wordt vaak opgevat als identiek aan, of een variëteit van, P. calcitrapae.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1972a), Buhr (1964b), Doppelbaur & Doppelbaur (1968a, 1973a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1982a), Gönczö & Révay (1981a), González Fragoso (1924a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Losa España (1942a), Mayor (1973a), Özaslan, Hüseyin & Erdogdu (2014a), Riegler-Hager (2014a), Scheuer & Bechter (2012a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Unamuno (1841a, 1942a).

Laatste bewerking 21.vii.2019