Puccinia nitida (Strauss) Röhling, 1913

hondspeterselieroest

op Apiaceae

Puccinia nitida: hypophyllous telia on Aethusa cynapium

Aethusa cynapium, Engeland, Vice County: Berks, VC22: onderzijdige lichtbruine uredinia en enkele zwarte late uredinia of telia © Malcolm Storey, BioImages

Puccinia nitida: teliospores

teliosporen

Puccinia nitida: telia in Aethusa cynapium

Aethusa cynapium, Hongarije, Halászi © László Érsek: telia

Puccinia nitida: telia in Aethusa cynapium

detail

Puccinia nitida: telia in Aethusa cynapium

sterke misvormingen

gal

Geen waardwisseling; aecia ontbreken. Spermogonia, uredinia en telia onderzijdig. Vroeg gevormde uredinia lichtbruin; later gevormde zijn zwartbruin, en bevatten deels teliosporen; urediniosporen met 2-3, meestal equatoriale poren, elk bedekt door een lage kleurloze papil. Telia donkerder bruin. Teliosporen tweecellig, eivormig; wand dik, glad; kiempore van de onderste cel onder de equator; steel kort, hyalien, afbrekend.

waardplanten

Apiaceae, oligofaag

Aethusa cynapium; Anethum graveolens; Coriandrum sativum; Molopospermum peloponnesiacum; Petroselinum crispum; Seseli annuum, hippomarathrum, libanotis, montanum, osseum, pallasii.

synoniemen

Puccinia aethusae von Martius, 1817; P. rubiginosa Schröter, 1869; P. petroselini (de Candolle) Lindroth, 1902.

literatuur

Brandenburger (1985a), Buhr (1964a, 1965a), Ellis Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Hafellner (1980a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Poelt & Zwetko (1997a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 5.viii.2018