Puccinia opizii Bubák, 1902

sla-zeggeroest

op Asteraceae, Cichoreae

gal

Spermogonia bovenzijdig, aecia onderzijdig, bekervormig, beide op intensief verkleurde plekken; sporen 10-18 x 12-21 µm, celwand bezet met een aantal gemakkelijk loslatende plaatjes.

spermogonia, aecia

Asteraceae, nauw oligofaag

Crepis biennis, capillaris, vesicaria & subsp. taraxacifolia; Lactuca muralis, perennis, quercina, saligna, sativa, serriola, virosa; Lapsana communis; Senecio viscosus, vulgaris; Sonchus arvensis, asper, oleraceus.


op Carex

gal

uredinia en telia onderzijdig, ook op de stengels, op verkleurde plekken; de uredinia roestkleurig, de telia zwartbruin. Urediniosporen met 2(3) equatoriaal gelegen kiemporen, die niet door een duidelijke papil bedekt zijn. Teliosporen tweecellig, wand van de bovenste cel aan de top sterk verdikt; op een niet afvallende, min of meer kleurloze steel van gelijke lengte als de spore.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex appropinquata, chordorrhiza, divulsa & subsp. leersii, muricata & subsp. pairae, paniculata, spicata.

synoniemen

veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan Puccinia dioicae, of als een varieteit daarvan.

literatuur

Afshan, Khalid & Niazi (2012a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964a, 1965a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Henderson (2000a, 2004a), Heluta, Hayova, Tykhonenko ao (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Marková & Urban (1988a), Melzer, Pittoni, Poelt & Scheuer (1984a), Poelt & Zwetko (1997a), Roskam (2009a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a), Tóth (1994a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 11.vii.2019