Puccinia polygoni-vivipari Karsten, 1882

op Angelica

gal

Spermogonia in kleine groepen, soms schijnbaar afwezig. Aecia vrij groot, puistvormig, permanent door de epidermis; de sporen komen vrij door een pore.

spermogonia, aecia

Apiaceae, oligofaag

Angelica sylvestris; Astrantia minor.


op Bistorta

Puccinia polygoni-vivipari: teliospores

Bistorta vivipara, uit González Fragoso (1924a): teliosporen

gal

uredinia en telia onderzijdig uredinia restbruin; sporen elliptisch, 18-25 x 20-24 µm, met ca 5 poren. Telia donkerbruin, vroeg naakt, dan poederig; sporen twee-cellig, 14-18 x 20-18 µm, met enkele lengterijnen van fijne wratjes; de kiemporen niet bedekt door een papil.

uredinia, telia

Polygonaceae, nauw monofaag

Bistorta vivipara.

synoniemen

Puccinia astrantiae-vivipari Semadeni, 1906.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a: 84 85, 422, 428), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

mod 18.viii.2019