Puccinia pygmaea Eriksson, 1895

duinrietroest

op Berberis

gal

Aecia onderzijdig, zeer klein (< 0.4 mm); peridium zonder duidelijke, naar buiten gebogen, slippen.

In dit stadium zijn P. brachypodii, poae-nemoralis en pygmaea niet van elkaar te onderscheiden.

spermogonia, aecia

Berberidaceae, nauw oligofaag

Berberis polyantha, vulgaris, wilsoniae; Mahonia aquifolium.


gal

telia en uredinia in rijen tussen de nerven. Uredinia meestal bovenzijdig, oranjebruin, met veel knopvormige paraphysen. Telia beiderzijdig, zwart, lang bedekt door de epidermis; sporen op een korte steel, tweecellig, topcel met verdikte apicale wand.

uredinia, telia

Poaceae, oligofaag

Calamagrostis arundinacea, canescens, epigeios, pseudophragmites, varia, villosa.

Zelden ook Agrostis capillaris, schraderiana (Klenke & Scholler).

synoniemen

Puccinia ammophilina (Klebahn) Mains, 1939.

literatuur

Buhr (1964b), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Ludwig (1974a), Marková & Urban (1988a), Mayor (1967a), Mułenko, Sałata & Wołczańska (1995a), Poelt & Zwetko (1997a), Scholler & Schubert (1993a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 20.vii.2019