Puccinia rigensis Bucholtz, 1905

op Angelica

gal

Als P. angelicae, maar met iets kleinere urediniosporen: angelicae: 22-28 x 25-40 µm, rigensis: 20-24 x 26-30 µm. Het is maar de vraag of dit verschil de soort-status van rigensis wettigt.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Angelica palustris.

synoniemen

Puccinia angelicicola Hennings, 1903.

literatuur

Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

mod 7.viii.2018