Puccinia ruttneri Fischer, 1952

Fungi, Basidiomycota. Pucciniomycetes, Pucciniales, Pucciniaceae

op Petasites

gal

spermogonia vooral bovenzijdig, oraanje, op tot 8 mm grote gelige bladvlekken. Aecia onderzijdig, op de corresponderende bovenzijde van het blad wijnrode vlekken; ze zijn bekervormig met een geelwit, in slippen verdeeld peridium; sporen bleekgeel, 16-21 x 16-24 µm.

spermogonia, aecia

Asteraceae, nauw monofaag

Petasites hybridus.


op Carex

gal

uredinia vooral onderzijdig, kaneelbruin, vrij lang bedekt door de zilverig glanzende epidermis. Uredniosporen met 3-4, lastig waarneembare, in principe equatoriale poren. Telia ontstaan in de uredinia, uiteindelijk bruinzwart, zo compact dat de sporen vaak misvormd raken. Teliosporem 2-cellig; wand glad; steel blijvend, barnsteenkleurig, ongeveer even lang as de spore.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex acuta.

literatuur

Brandenburger (1985a), BBuhr (1965a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a).

11/11/2016

mod 28.vi.2017