Puccinia schoeleriana Plowright & Magnus, 1885

zegge-composietenroest

op Senecio s.l.

Puccinia cf schoeleriana: aecia on Jacobaea vulgaris

Jacobaea vulgaris, Zwolle © Arnold Grosscurt; determinatie onder voorbehoud, want niet door een infectietest bevestigd.

gal

spermogonia honingkleurig, in dichte groepen. Aecia onderzijdig, in dichte kringen rondom de spermogonia; ze zijn bekervormig met naar witte, buiten gebogen peridium-slippen. Plaatselijk is het blad min of meer opgezwollen en geel of roodachtig verkleurd, ook aan de bovenzijde.

spermogonia, aecia

Asteraceae, nauw oligofaag

Jacobaea vulgaris; Senecio viscosus, vulgaris.


op Carex

gal

uredinia onderzijdig, bruin; urediniosporen 18-24 x 25-30 µm, met 2-3 poren in het bovenste deel. Telia bruinzwart onderzijdig, spoedig naakt. Teliosporen tweecellig, slank, met een gladde wand die aan de top sterk verdikt is. Steel lang, blijvend.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex arenaria, colchica.

synoniemen

Puccinia ligericae Sydow, 1892.

Veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen schoeleriana als identiek aan Puccinia dioicae, of als een varieteit daarvan.

literatuur

Brandenburger (1985a), Buhr (1965a), Gäumann (1959a), Henderson (2004a), Klenke & Scholler (2015a), Roskam (2009a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 13.v.2018