Puccinia senecionis-acutiformis Hasler, Mayor & Cruchet, 1922

op Jacobaea, Senecio

gal

aecia onderzijdig, in onregelmatige groepen; peridium goed ontwikkeld, in slippen verdeeld.

spermogonia, aecia

Asteraceae, nauw oligofaag

Jacobaea alpina, aquatica, erucifolia, paludosa, vulgaris; Senecio ovatus, sylvaticus, viscosus, vulgaris.


op Carex

gal

uredinia zeldzaam en onopvallend, bovenzijdig, bruin, poederig; urediniosporen met 2 of 3 equatoriale poren. Telia onderzijdig, bruinzwart, naakt, niet poederig. Teliosporen 2-cellig, omgekeerd knotsvormig, slank, niet ingesnoerd; wand glad, aan de top sterk verdikt. Steel gelig, blijvend, 5 – 40 µm.

uredinia, telia

Cyperaceae, nauw monofaag

Carex ? acuta, acutifomis.

synoniemen

onder meer Termorshuizen & Swertz beschouwen deze soort als conspecifiek met Puccinia dioicae.

literatuur

Brandenburger (1985a), Doppelbaur & Doppelbaur (1968a), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Maier, Wingfield, Mennicken & Wingfield (2007a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Tomasi (2014a).

02/11/2016

mod 17.vii.2017