Puccinia sessilis Schröter, 1870

rietgrasroest

op niet-graminoide monocotylen

Puccinia sessilis on Arum maculatum

Arum maculatum, Cotessen, 3.v.2018 ©
Cor Zonneveld

Puccinia sessilis: aecia

aecia

Puccinia sessilis on Dactylorhiza majalis

Dactylorhiza majalis, Swifterbant, Kamperhoek, 3.vi.2019 © Arnold Grosscurt

Puccinia sessilis on Dactylorhiza majalis

aecia rondom verdroogde spermogonia

Puccinia sessilis galls

Dactylorhiza majalis, Vlaardingse Vlietlanden, 9.v.2012 © Ben van As: plant met onrijpe aecia

Puccinia sessilis aecia

rijpe aecia

Puccinia sessilis aecia, detail

detail

Puccinia sessilis

Polygonatum multiflorum, Dronten, 10.vi.2010 © Arnold Grosscurt: bovenzijde, met spermogonia

Puccinia sessilis

onderzijde van hetzelfde blad, met aecia

Puccinia sessilis on Polygonatum multiflorum

Polygonatum multiflorum, Vorden, 11.v.2012 © Arnold Grosscurt: rijpe en onrijpe aecia

Puccinia sessilis: spermogonia on Arum maculatum

Arum maculatum, België, prov. Namen, Viroinval © Stéphane Claerebout: spermogonia

gal

spermogonia beiderzijdig, oranje, vaak tussen de aecia te vinden. Aecia onderzijdig, bekervormig met een wit peridium en een oranje sporenmassa.

spermogonia, aecia

Amaryllidaceae, Araceae, Asparagaceae, Melianthaceae, Orchidaceae, nauw polyfaag

Allium angulosum, ampeloprasum, ascalonicum, cepa, fistulosum, schoenoprasum, scorodoprasum, ursinum; Anacamptis coriophora, morio, palustris; Arum creticum, italicum & subsp. neglectum, maculatum, orientale subsp. danicum; Convallaria majalis; Dactylorhiza fuchsii, incarnata, maculata, majalis, praetermissa, sambucina, traunsteineri; Galanthus nivalis; Gymnadenia conopsea; Leopoldia comosa, tenuiflora; Leucojum aestivum, vernum; Maianthemum bifolium; Muscari racemosum; Narcissus tazetta; Neotinea ustulata; Neottia ovata; Ophrys apifera, sphegodes; Orchis mascula, militaris, purpurea; Paris quadrifolia; Platanthera bifolia, chlorantha; Polygonatum hirtum, multiflorum, odoratum, verticillatum.


op Phalaris etc

Puccinia sessilis: teliospores

Phalaroides arundinacea, uit González Fragoso (1924a): teliosporen

gal

uredinia en telia beiderzijdig. Uredinia geelbruin, klein. spoedig naakt, met bijna bolronde eencellige sporen; ca. 7 kiwmporen. Telia klein, kussenvormig, zwart, sporen knotsvormig, tweecellig, 12-22 x 30-60 µm..

uredinia, telia

Poaceae, nauw oligofaag

Drymochloa sylvatica; Festuca ovina; Phalaris canariensis; Phalaroides arundinacea.

Phalaris/Phalaroides zijn de belangrijkste waardplanten.

synoniemen

Puccinia angulosi-phalaridis Poeverlein, 1924; P. convallariae-digraphidis Klebahn, 1869; P. digraphidis Soppitt, 1980; P. orchidearum-phalaridis Klebahn, 1897; P. phalaridis Plowright, 1888; P. schmidtiana Dietel, 1896; P. winteriana Magnus, 1894.

opmerkingen

P. smilacearum-festucae Mayor, 1922 verschilt van sessilis eigenlijk alleen in iets andere maten van de teliosporen (12-23 x 35-56 µm); de soort zou leven op Convallaria, Paris en Polygonatum en alterneren met Drymochloa sylvatica; of het werkelijk een valide soort is lijkt niet waarschijnlijk,

Soortgelijk twijfel bestaat over P. festucina Sydow & Sydow, 1912 (Leopoldia comosa, tenuiflora, Muscari racemosum / Festuca ovina).

parasiet

Tuberculina persicina.

literatuur

Brandenburger (1985a), Buhr (1964a, 1965a), Dietrich (2013a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), González Fragoso (1924a), Hafellner (1980a), Henderson (2000a, 2004a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Mayor (1967a), Parolo, Rodolfi, Picco & Rossi (2007a), Poelt & Zwetko (1997a), Redfern & Shirley (2011a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966), Wołczańska (2008a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 7.ix.2019