Puccinia stipina Tranzschel, 1913

op Lamiaceae

gal

spermogonia vaak aanwezig, beiderzijdig. Aecia onderzijdig op de bladen, ook op de nerven en bladstelen en daar soma sterke vergalling veroorzakend; ze zijn bekervormig, bruingeel, met een duidelijk, naar buiten gebogen peridium en een geelbruine sporenmassa.

spermogonia, aecia

Lamiaceae, oligofaag

Ajuga chamaepitys subsp. chia; Dracocephalum ruyschiana; Glechoma hederacea; Lamium amplexicaule; Leonurus cardiaca; Micromeria cristata; Origanum vulgare; Phlomis tuberosa; Salvia aethiopis, dumetorum, limbata, nemorosa, nutans, officinalis, pratensis, sclarea, verbascifolia, verbenaca, verticillata, virgata, viridis; Thymus alpestris, kotschyanus, odoratissimus, praecox, pulegioides & subsp. chamaedrys + pannonicus, serpyllum, vulgaris.


op Stipa

gal

Uredinia bovenzijdig, roestkleurig; urediniopsoren fijn bestekeld, met tot 10 poren. Telia bovenzijdig, zwart. Teliosporen tweecellig, ovaal, duidelijk ingesnoerd; wand glad, topdeel duidelijk verdikt; steel geel, tot 100 µm.

uredinia, telia

Poaceae, monofaag

Stipa capillata, eriocaulis, pennata.

synoniemen

Puccinia salviae-stipae Klebahn, 1904; P. stipae (Opiz) Arthur, 1884; P. stipae var. stipina (Tranzschel) Green & Cummins, 1958; P. thymi-stipae Saccardo, 1905.

literatuur

Bahcecioglu & Gjaerum (2004a), Brandenburger (1985a: 832), Gäumann (1959a), Buhr (1965a), Klenke & Scholler (2015a), Tomasi (2012a, 2014a).

mod 8.viii.2018