Puccinia striiformis Westendorp, 1854

streeproest

op Berberis

Puccinia striiformis: aecia on Berberis chinensis

Berberis chinensis: aecia © Jin, Szabo & Carson (2010a)

spermogonia, aecia

Berberidaceae, monofaag

Berberis chinensis, holstii, koreana, vulgaris.


op grassen

gal

Uredinia en telia opvallende lange strepen vormend, op chlorotisch bladweefsel. Uredinia citroengeel, beiderzijdig, langs de randen soms met dunwandige paraphysen. Urediniosporen met ± 10-14 kiemporen. Telia vooral op de bladscheden en halm, zwartbruin, lang bedekt door de epidermis, gecompartimenteerd door dikwandige bruine paraphysen; teliosporen twee-cellig, donkerbruin, op een korte gele steel.

uredinia, telia

Poaceae, breed oligofaag

Aegilops crassa, cylindrica, kotschyi, neglecta, peregrina, triuncialis; Agropyron cristatum, desertorum; Aira caryophyllea; Anisantha madritensis, sterilis, tectorum; Anthoxanthum ovatum; Arrhenatherum elatius; Avena sativa; Brachypodium pinnatum, sylvaticum; Briza media; Bromopsis erecta; Bromus arvensis, hordeaceus, intermedius, lanceolatus, marginatus, racemosus, secalinus; Calamagrostis epigeios; Castellia tuberculosa; Catabrosa aquatica; Dactylis glomerata; Ceratochloa carinata; Dasypyrum villosum; Digitaria sanguinalis; Elymus caninus, dahuricus, repens; Elytrigia elongata, intermedia, juncea; Eremopyrum triticeum; Gaudinia fragilis; Glyceria; Holcus lanatus, mollis; Hordelymus europaeus; Hordeum bulbosum, vulgare subsp. distichon; Lagurus ovatus; Lamarckia aurea; Leymus arenarius; Lolium multiflorum, perenne, temulentum; Phalaroides arundinacea; Schedonorus giganteus, pratensis; Sclerochloa dura; Secale cereale; Triticum aestivum; Vulpia bromoides, geniculata, myuros.

.

Zeer zelden ook Alopecurus pratensis. Misschien ook op Ammophila arenaria (Klenke & Scholler).

synoniemen

Puccinia glumarum Eriksson & Henning, 1894 nec Schmidt, 1817.

opmerkingen

De soort was uit en tena bekend en berucht van grassen, maar pas in 2010 werd ontdekt dat hij alterneert met Berberis (Jin, Szabo & Carson, 2010a).

Abbasi ea (2004a) hebben voorgesteld de soort op te delen in drie: striiformis s. str. op grassen van de onderfamilie Triticeae, P. striiformoides Abbasi, Hedjaroude & Scholler 2004 op Dactylis en P. pseudostriiformiis Abbasi, Hedjaroude & Scholler 2004 op Poa. Dit geeft echter geen uitsluitsel over al die andere gras-genera waarvan striiofrmis, al dan niet terecht, is vermeld.

literatuur

Abbasi, Hedjaroude, Scholler & Goodwin (2004a), Baka, Alwadie & Mostafa (2004a), Baka & Rabei (2013a), Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Doppelbaur & Doppelbaur (1968a, 1973a), Dupias (1952a), Ellis & Ellis (1997a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1987a), González Fragoso (1924a), Henderson (2000a, 2004a), Jin, Szabo & Carson (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Kyiashchenko (2011a), Liu & Hamilton (2013a), Losa España (1942a), Losa Quintana (1972b), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez ao (2010a), Poelt & Zwetko (1997a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014d), Termorshuizen & Swertz (2011a), Unamuno (1941a, 1942a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 20.vii.2019