Puccinia triniae Gäumann, 1933

op Trinia

gal

geen waardwisselling, geen aecia. Uredinia and telia beiderzijdig. Uredinia klein, lichtbruin; sporen met 3-4 kiemporen, vaak met een duidelijke papil. Teliosporen twee-cellig, elliptisch, nauwelijks ingesnoerd, wand met veel kleine putjes; steel hyalien, dun, afvallend.

waardplanten

Apiaceae, monofaag

Trinia glauca.

literatuur

Brandenburger (1985a: 460), Buhr (1965), Gäumann (1959a), Klenke & Scholler (2015a), Wilson & Henderson (1966a).

mod 8.viii.2018