Puccinia triseti Eriksson, 1899

op Sedum

gal

aecia oranje, verspreid over de hele plant op violette bladvlekken, 0.3-0.5 mm, diep in het plantenweefsel ingezonken en zich openend met een pore. Aangetaste planten zijn niet opvallend misvormd.

spermogonia, aecia

Crassulaceae, nauw monofaag

Sedum rupestre, sediforme.


op Rostraria, Trisetaria, Trisetum

gal

uredinia

uredinia, telia

Poaceae, nauw oligofaag

Rostraria cristata; Trisetaria linearis, loeflingiana, ovata, panicea; Trisetum alpestre, “barcinoense”, flavescens, spicatum.

synoniemen

veel auteurs, waaronder Termorshuizen & Swertz, en ook de Index Fungorum (2016), beschouwen deze soort als identiek aan Puccinia hordei.

literatuur

Brandenburger (1985a: 213, 819), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Gäumnn (1959a), González Fragoso (1924a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Losa España (1942a), Savchenko, Heluta, Wasser & Nevo (2014d), Termorshuizen & Swerrtz (2011a).

30/05/2017

mod 16.vii.2017