Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Puccinia urticata

Puccinia urticata Kern, 1917

brandnetel-zeggeroest

op Urtica

Puccinia urticata: aecia on Urtica dioica

Urtica dioica, Hongarije, Kimle, 29.v.2017 © László Érsek: blad met aecia

Puccinia urticata: aecia on Urtica dioica

blad met aecia, onderzijde

Puccinia urticata: aecia

aecia

Puccinia urticata: aecium

aecium: peridium en aeeciosporen

Puccinia urticata: aecia on Urtica dioica

aecia worden ook gevormd op de bladstelen en leiden tot omvangrijke vergalling

Puccinia urticata aecia gall

Urtica dioica, België, prov. Namen, Gembloux, 25.iii.20111 © Jean-Yves Baugnée, det Arthur Vandenweyen

Puccinia urticata aecia gall

detail met aecia

Puccinia urticata gall

Urtica dioica, Ommen, de Kleine Wolf, 17.vi.2011 © Arnold Grosscurt : bovenzijde van een gal met spermogonia

Puccinia urticata gall

onderzijde van een heel jonge gal; de aecia zijn nog gesloten

Puccinia urticata galls

Urtica dioica, Neeritter, Vijverbroek, 7.iv.2012

Puccinia urticata galls

onderzijde van een sterk aangetast blad

Puccinia urticata aecia

groepje aecia

Puccinia urticata aecia detail

detail

Puccinia urticata on Urtica morifolia

Urtica morifolia, Canarische Eilanden, la Gomera, 15.ii.2020 © Sébastien Carbonelle

Puccinia urticata on Urtica morifolia

bovenzijde aangetast blad

Puccinia urticata: aecia on Urtica morifolia

onderzijde met aecia

gal

spermogonia in kleine groepjes op de blad-bovenzijde. Aecia onderzijdig, bekervormig met een goed ontwikkeld peridium, op duidelijk vergalde plekken.

spermogonia, aecia

Urticaceae, monofaag

Urtica cannabina, dioica, membranacea, pilulifera, rupestris, urens.


op Carex

gal

uredinia en telia meest op de onderzijde van het blad, ook op bladscheden en stengels. Uredinia lichtbruin, telia bijna zwart.

uredinia, telia

Cyperaceae, monofaag

Carex acuta, acutiformis, aquatilis, canescens, cespitosa, elata, flacca, hirta, nigra, pallescens, panicea, riparia, rostrata, vesicaria.

synoniemen

Puccinia urticae-caricis Klebahn, 1899.

Veel auteurs beschouwen alle roesten die alterneren tussen Urtica– en Carexsoorten als één, zij het variabele soort, urticata. Anderen menen op grond van biologische verschillen, tegenwoordig ook DNA-onderzoek, dat het om een complex van autonome soorten gaat. In het aecium-stadium zijn die morfologisch niet van elkaar te onderscheiden, maar wel in het telium-stadium, op basis van de Carex-soort en kleine morfologische verschillen. Met de naam “urticata” wordt dan het gehele complex van soorten aangeduid.

literatuur

Bellmann (2012a), Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Chinery (2011a), Buhr (1964b), Coulianos & Holmåsen (1991a), Dauphin & Aniotsbehere (1997a), Ellis & Ellis (1997a) Gäumann (1959a), Henderson (2000a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Koops (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2014a, 2019a), Poelt & Zwetko (1997a), Redfern & Shirley (2011a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a), Vanderweyen & Fraiture (2011a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

Laatste bewerking 22.viii.2020