Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Schroeteriaster alpinus

Schroeteriaster alpinus (Schroeter) Magnus, 1896

op Ranunculus

gal

Spermogonia hongingkleurig, in tot 8 mm grote groepen op verdikkingen van de bovenzijde van de bladen en de bladstelen. Aecia kleurloos op sterk vergalde plekken aan de onderzijde; sporen met ± 3 µm grote plaatvormige, gemakkelijk afvallende aanhangsels.

spermogonia, aecia

Ranunculaceae, monofaag

Ficaria verna; Ranunculus alpestris, lanuginosus, montanus, polyanthemos subsp. serpens, repens, villarsii.


op Rumex

Schroeteriaster alpinus: telium, urediniospores

Rumex alpinus, uit González-Fragoso (1925a): telium (doorsnede), urediniosporen

gal

Uredinia vooral onderzijdig, kaneelkleurig, nog geen halve mm groot; urediniosporen met vier poren. Telia eveneens vooral onderzijdig, nog geen mm, licht- tot donkerbruin, permanent bedekt door de epidermis, met een wasachtig of gelatineus aspect; onder de epidermis liggen ± tonvormige, gladde, dunnwandige teliosporen in verscheidene (mximaal 5) lagen.

uredinia, telia

Polygonaceae, monofaag

Rumex alpinus, crispus, obtusifolius, sanguineus.

synoniemen

Uromyces alpinus Schröter, 1887.

literatuur

Brandenburger (1985a: 90, 152), Buhr (1965a), Klenke & Scholler (2015a), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Schmid-Heckel (1985a), Zwetko & Blanz (2012a).

24/04/2017/p>

Laatste bewerking 16.vii.2017