Uromyces kabatianus Bubák, 1902

op Geranium

gal

Geen waardwisseling. Spermogonia en aecia beiderzijdig, op ± ronde gel bladvlekken. Aecia in kleine dichte groepen, halfbolvormig, later openend door een porie. Uredinia en telia onderzijdig, in kringen op gele tot rode bladvlekken. Uredinia chocoloade-bruin, poederig; sporen met 2 poren. Telia bruin, bedekt door de zilverige epidermis, later poederig; sporen eencellig, elliptisch, 15-28 x 25-45 µm, glad, apicaal een duidelijke papil; steel kort, kleurloos, gemakkelijk afvallend.

waardplanten

Geraniaceae, monofaag

Geranium albanum, argenteum, columbinum, dissectum, macrorrhizum, molle, pusillum, pyrenaicum, rotundifolium.

literatuur

Brandenburger (1985a), González-Fragoso (1925a), Klenke & Scholler (2015a), Losa España (1942a), Mayor (1967a), Scheuer & Bechter (2012a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

mod 12.viii.2018