Uromyces primulae-integrifoliae (de Candolle) Niessl, 1872

oostenrijkse primularoest

op Primula

gal

Geen waardwisseling. Aecia bovenzijdig, over het hele blad verspreid, bekervormig, geel. Urediniosporen en teliosporen worden in dezelfde sori gevormd; die zijn eveneens bovenzijdig, maar liggen meer centraal op het blad, donkerbruin. Teliosporen eencellig, bruin, geheel of alleen apicaal wrattig, ook een apicale lage papil is wrattig. Steel weinig langer dan de spore, afbrekend.

waardplanten

Primulaceae, monofaag

Primula acaulis, auricula, deorum, elatior, hirsuta, integrifolia, latifolia, marginata, minima, pedemontana, veris.

synoniemen

Uromyces apiosporus Hazslinszky, 1873; Uromyces auriculae (Magnus) A Buchheim, 1924; Uromyces primulae (de Candolle) Léveillé, 1875.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Gäumann (1959a), González-Fragoso (1925a), Mayor (1970a), Poelt & Zwetko (1997a), Schmid-Heckel (1985a), Termorshuizen & Swertz (2011a).

mod 12.viii.2018