Hyalopsora polypodii (Persoon) Magnus, 1901

blaasvarenroest

op Cystopteris

Hyalopsora polypodii: urediniospores

Cystoteris fragilis, uit González-Fragoso (1925a): urediniosporen

gal

alleen uredinia en telia bekend. Uredinia aan beide zijden, kleine wratjes, aanvankelijk bedekt door epidermis en peridium, uiteindelijk naakt, vers heldergeel. Sporen rond tot peervormig, met een grote variatie in dikte en bestekeling van de wand. Telia onderzijdig, (geel)bruin; de teliosporen worden, in groepjes van 2-7, gevormd in de epidermiscellen van de waardplant.

waardplanten

Woodsiaceae, monofaag?

Cystopteris fragilis & subsp. alpina, montana.

Gäumann noemt daarenboven Athyrium filix-femina en Woodsia glabella, obtusa, behorend tot dezelfde plantenfamilie, maar dat wordt door latere auteurs niet herhaald.

predatoren

Mycodiplosis buhri.

opmerkingen

spermogonia en aecia zijn niet bekend, maar worden vermnoedelijk gevormd op Abies (Klenke & Scholler).

literatuur

Brandenburger (1985a: 6), Eichhorn (1941a), Gäumann (1959a), Gjaerum (1986a), González-Fragoso (1925a), Henderson (2000a), Hick & Preece (1990a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Klenke & Scholler (2015a), Ludwig (1974a), McTaggart, Geering & Shivas (2014a), Maier, Begerow, Weiß & Oberwinkler (2003a), Poelt (1986a), Poelt & Zwetko (1997a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Schmid-Heckel (1985a), Skuhravá, Skuhravý & Meyer (2014a), Termorshuizen & Swertz (2011a) Tóth (1994a), Unamuno (1941b), Vanderweyen & Fraiture (2007a), Wilson & Henderson (1966a), Woods, Stringer, Evans & Chater (2015a).

mod 3.v.2019