Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Entyloma eburneum

Entyloma eburneum (Schröter) Kruse, Lutz, Piątek & Thines 2018

op Ranunculus

Entyloma eburneum: leaf spots on Ranunculus repens

Ranunculus repens, België, prov. Antwerpen, Balen, Griesbroek © Carina Van Steenwinkel

Entyloma eburneum: anamorph

anamorfe stadium

Entyloma eburneum: conidia

anamorfe stadium, naaldvormige conidia

parasiet

Sori in de vorm van bleke, vlakke, scherp begrensde, stevige wratjes, tot 2 mm breed en 4 mm lang, vaak tegen een nerf gelegen. Ingebed in het plantenweefsel groepen transparant-gelige sporen. De sporen zijn bolvormig, glad, ø 11-14 µm met een gelijkmatige en relatief geringe wanddikte van ± 1.5 mm. Zowel aan onderzijde als bovenzijde worden ook ananorfe sporen gevormd in kolonies van dichte bundels conidioforen; de conidia zijn in twee typen, cylindrisch 3-4 x 15-22 µm en naaldvormig, 3-4 x 30-45 µm.

waardplanten

Ranunculaceae, nauw monofaag

Ranunculus bulbosus, polyanthemos, repens.

In de literatuur vóór de revisie door Kruse ea. wordt deze soort (veelal als E. ranunculi-repentis) vermeld van een groot aantal andere soorten; deze relaties behoeven nu herziening:

Ranunculus acris & subsp. friesianus, breyninus, cassubicus, crenatus, fallax, hyperboreus, lanuginosus, monophyllus, peltatus, polyanthemos subsp. nemorosus, sardous, trichophyllus, villosus subsp. constantinopolitanus.

synoniemen

Entyloma ranunculi-repentis Sternon, 1925; E. wroblewskii Kochman, 1934.

literatuur

Buhr (1965a), Dietrich (2013a), Jage, Kruse, Kummer ao (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Kruse (2019a), Kruse, Lutz, Piątek & Thines (2018), Kummer (2012a), Lutz & Vánky (2009a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholz & Scholz (2013a), Vánky (1994a), Vánky & Abbasi (2013a), Woods, Chater, Smith ao (2018a).

Laatste bewerking 23.viii.2019