Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Tilletia caries

Tilletia caries (de Candolle) Tulasne, 1847

op Triticum

gal

De vruchten zijn vergroot, ± 4-5 mm lang; de wand is hard, maar bij doorsnijden blijken ze gevuld te zijn met een stinkende, zwartgroene sporenmassa. Sporen 16-20µ, wand met netstructuur.

ß

waardplanten

Poaceae, oligofaag

Aegilops triuncialis; Agropyron cristatum; Arrhenatherum elatius; Secale cereale; Triticosecale blaringhemii; Triticum aestivum & subsp. compactum + spelta; monococcum & subsp. aegilopoides; turgidum & subsp. dicoccon + durum + polonicum.

synoniemen

Tilletia intermedia (Gassner) Săvulescu, 1942; T.tritici (Bjerkander) Winter, 1874; T. triticoides Săvulescu, 1942.

opmerkingen

Tilletia caries en laevis, samen aangeduid als “common bunt”, zijn wereldwijd een plaag in de tarwebouw (Wilcoxson & Saari).

literatuur

Ainsworth & Sampson (1950a), Almaraz (1998a), Bao, Carris, Huang, Luo, Liu & Castlebury (2010a), Buhr (1965a), Carris & Castlebury (2008a), Carris, Castlebury & Goates (2006a); Carris, Castlebury, Huang ao (2007a), Dietrich (2013a), Ellis & Ellis (1997a).Hafellner (1980a), Ivić, Sever, Scheuer & Lutz (2013a), Klenke & Scholler (2015a), Kozłowska, Mułenko & Heluta (2015a), Lutz & Vánky (2009a), Melgarejo Nárdiz, García-Jiménez, Jordá Gutiérrez ao (2010a), Negrean & Anastasiu (2006a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholz & Scholz (2013a), Unamuno (1941b), Vanderweyen & Fraiture (2014a), Vánky (1994a), Vánky & Abbasi (2013a), Wilcoxson & Saari (1996a), Woods, Chater, Smith ao (2018a), Zogg (1983a).

Laatste bewerking 24.v.2019