Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Anthracoidea karii

Anthracoidea karii (Liro) Nannfeldt, 1977

op Carex

gal

de inhoud van de urntjes, die uiteindelijk openbarsten, is vervormd tot een hard zwart lichaampje van 1-2 mm, bestaande uit verkleefde sporen; aanvankelijk is het bekleed met een zilverig vliesje, dat later afbladdert. De sporen zijn 13-22 µm lang, hun wand is heel fijn wrattig.

waardplanten

Cyperaceae, monofaag

Carex brunnescens, canescens, davalliana, dioica, disperma, echinata, glareosa, heleonastes, lachenalii, lapponica, loliacea, maritima, parallela, tenuiflora, ursina.

Vooral brunnescens, dioica, echinata, lachenalii, parallela.

synoniemen

Cintractia karii Liro, 1934; Anthracoidea caricis-dioicae (Lehtola) zambettakis, 1978

literatuur

Boidol & Poelt (1963a), Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Piątek (2005a), Savchenko & Heluta (2012a), Scholler, Schnittler & Piepenbring (2003a), Vánky (1994a, 2012a).

Laatste bewerking 17.xi.2019