Stegocintractia luzulae (Saccardo) Piepenbring, Begorow & Oberwinkler, 1999

op Luzula

gal

de doosvrucht is veranderd in een naakte, zwarte, aanvankelijk verkleefde, later ± poederige, sporenmassa. Sporen donker roodbruin, 19-24 x 20-30 µm. De aantasting is systemisch.

waardplanten

Juncaceae, monofaag

Luzula campestris, forsteri, luzulina, luzuloides, multiflora & subsp. frigida, nivea, pilosa, spicata, sudetica, sylvatica & subsp. sieberi, wahlenbergii.

synoniemen

Ustilago luzulae Saccardo, 1873; Cintractia luzulae (Saccardo) Clinton, 1902.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a), Buhr (1964b), Klenke & Scholler (2015a), Mayor (1967a, 1975a), Savchenko & Heluta (2012a), Tomasi (2012a), Vánky (1994a), Riegler-Hager (2005a), Zwetko (1993a).

mod 24.iii.2019