Synchytrium aureum Schröter, 1870

schermbloemwratziekte

polyfaag

gal

talrijke, onderzijdige, transparant-gele, minder dan een halve mm grote, harde meercellige wratjes, meestal in groepen, op de vlak boven de grond gelegen bladen, meestal onderzijdig. De inhoud is goudgeel. Elk galletje bestaat uit een sterk vergrote centrale cel, die een enkel rustend sporangium bevat, omgeven door een aantal minder vergrote cellen daaromheen.

waardplanten

polyfaag op kruiden

Achillea ptarmica; Aegopodium podagraria; Agrimonia eupatoria, repens; Ajuga reptans; Ammi majus; Angelica sylvestris; Anthriscus sylvestris; Anthyllis vulneraria; Arctium lappa, minus; ? Asperula tinctoria; Atriplex calotheca; Bellidiastrum michelii; Bellis perennis; Betula nana, pendula, pubescens; Bidens tripartitus; Brassica; Caltha palustris; Campanula herminii; Capsella; Cardamine amara, pratensis; Carum carvi; Centaurea jacea; Cerastium fontanum subsp. vulgare; Chenopodium album, rubrum; Cirsium helenioides, heterophyllum, oleraceum; Clinopodium vulgare; Cornus sanguinea; Crepis alpestris, biennis; Dianthus graniticus; Daucus carota; Epilobium davuricum, hirsutum, montanum, palustre, roseum, tetragonum; Erigeron canadensis; Euphrasia “officinalis”, stricta; Fallopia dumetorum; Filipendula ulmaria, vulgaris; Frangula alnus; Fraxinus excelsior; Galeopsis tetrahit; Galium anisophyllon, boreale, palustre, saxatile; Genista tinctoria; Gentiana aquatica; Gentianella campestris; Geum urbanum, rivale; Glechoma hederacea; Hedera helix; Helianthemum ledifolium; Helosciadium nodiflorum; Heracleum sphondylium; Hippocrepis comosa; Humulus lupulus; Hydrocotyle vulgaris; Hypericum perforatum; Lactuca muralis; Lamium album; Leontodon hispidus & subsp. hastilis; Leucanthemum vulgare; Linaria vulgaris; Lipandra polysperma; Lotus corniculatus; Lysimachia nummularia, thyrsiflora, vulgaris; Medicago lupulina; Mentha aquatica, longifolia; Moehringia trinervia; Myosotis collina, ramosissima, scorpioides; Myosoton aquaticum; Odontites vulgaris; Oenanthe aquatica; Oxalis stricta; Parnassia palustris; Pastinaca sativa; Pedicularis palustris, sceptrum-carolinum, sylvatica; Persicaria bistorta, lapathifolia, vivipara; Petasites frigidus; Pilosella officinarum; Pimpinella major, saxifraga; Plantago alpina, arenaria, lanceolata, major, “psyllium”; Polygala vulgaris; Populus alba; Potentilla reptans; Primula elatior, veris; Prunella grandiflora, vulgaris; Prunus spinosa; Ranunculus acris; Raphanus; Rorippa; Rubus caesius; Salix caprea, purpurea; Salvia pratensis, x sylvestris; Sanguisorba minor, officinalis; Sanicula europaea; Scorzoneroides autumnalis; Scrophularia nodosa, umbrosa; Scutellaria galericulata; Selinum dubium; Senecio vulgaris; Serratula tinctoria; Silaum silaus; Silene flos-cuculi; Solanum dulcamara; Solidago virgaurea; Stachys officinalis; Thalictrum alpinum, flavum, lucidum, simplex, squarrosum; Thymus pulegioides & subsp. chamaedrys, serpyllum; Trifolium dubium, pratense, repens, subterraneum, thalii; Tussilago farfara; Ulmus minor; Urtica dioica, urens; Valeriana dioica, montana, officinalis; Vicia cracca; Viola calcarata, canina, hirta, reichenbachiana, tricolor; Willemetia stipitata.

opmerkingen

vrijwel alleen op kruiden; wanneer de schimmel toch optreedt bij houtige gewassen betrft dit zaailingen of op de grond liggende bladen van lage takken.

literatuur

Blumer (1946a), Brandenburger (1985a: 43, 234), Buhr (1964b, 1965a), Jage, Scholler & Klenke (2010a), Karling (1964a), Klenke & Scholler (2015a), Kruse (2019a), Maire (1943a), Negrean (1996a), Redfern & Shirley (2011a), Roskam (2009a), Tomasi (2014a).

mod 12.vii.2019