Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Erysiphe syringae

Erysiphe syringae Schweinitz, 1834

seringenmeeldauw

op Oleaceae

gal

Mycelium beiderzijdig, blijvend, in dichte witte plekken. Conidia solitair, elliptisch, zonder fibrosine-lichaampjes. Cleistothecia, slechts zelden gevormd, met 3-8 asci die 5-7 sporen bevatten. Aanhangsels 3-16, equatoriaal, 1 – 2 x de diameter; ze zijn stijf, geheel of grotendeels hyalien, met maximaal 2, basale, septen. Aan hun uiteinde zijn ze enige malen drie-dimensionaal dichotoom vertakt.

waardplanten

Oleaceae, oligofaag

Chionanthus virginicus; Fraxinus ornus; Ligustrum ovalifolium, vulgare; Syringa x chinensis, josikaea, vulgaris.

synoniemen

Microsphaera syringae (Schweinitz) Magnus, 1898.

opmerkingen

Erysiphe syringae is een van oorsprong Noordamerikaanse soort, die zich in de 19e en 20e eeuw in Europa heeft gevestigd. Anders dan in Noord-Amerika worden cleistothecia slechts zelden gevormd. In 1990 is in Europa een tweede, sterk erop gelijkende soort verschenen vanuit Azië, syringae-japonicae. Volgens Braun & Cook heeft deze in Europe syringae vrijwel volledig verdrongen. Daar staat een uitspraak van Takamatsu ea tegenover, die schrijven dat beide soorten samen voorkomen, en zelfs zonder enige zichtbaar teken van competitie op hetzelfde seringenblad kunnen voorkomen.

Over de verschillen met E. syringae-japonicae zie aldaar.

literatuur

Beenken & Senn-Irlet (2016a), Braun (1995a), Braun & Cook (2012a), Bresinsky (2016a), Czerniawska, Madej, Adamska ao (2000a), Henricot (2009a), Jage, Klenke & Kummer (2010a), Klenke & Scholler (2014a), Kruse (2019a), Leysen (2017a), Mieslerová, Sedlářová, Michutová, ao (2020b), Mułenko, Piątek, Wołczańska ao (2010a), Negrean & Anastasiu (2006a), Ruszkiewicz-Michalska (2006a), Ruszkiewicz-Michalska & Michalski (2005a), Sucharzewska, Dynowska, Kubiak ao (2012b), Takamatsu, Shiroya & Seko (2016a), Talgø, Sundheim, Gjærum ao (2010a), Wołczańska & Mułenko (2002a).

Laatste bewerking 1.xii.2021