Plantparasieten van Europa

bladmineerders, gallen en schimmels

Rhizoctonia solani

Rhizoctonia solani Kühn, 1858

parasiet

Grijze, met zwarte sclerotia bespikkelde film over de ondergrondse delen van de plant. Vooral op kiemplanten. Fructificatie als een gelatineuze korst met eencellige basidia met verdikte sterigmata; sporen 4-7 x 7-23.

waardplanten

polyfaag

Abelmoschus; Abies; Achillea; Agrostis; Allium; Alstroemeria; Alyssum; Anemone; Anthriscus; Anthurium; Antirrhinum; Apium; Aquilegia; Armoracia; Asparagus; Aubrieta; Begonia; Beta; Brassica; Buddleja; Calceolaria; Callistephus; Calluna; Camellia; Campanula; Cannabis; Capsicum; Chrysanthemum; Cicer; Citrullus; Clarkia; Cochlearia; Coriandrum; Crambe; Crassula; Crocus; Cucumis; Cucurbita; Cyclamen; Cynosurus; Dahlia; Daucus; Delphinium; Dichondra; Erica; Eriobotrya; Erysimum; Euonymus; Euphorbia; Festuca; Fragaria; Freesia; Fuchsia; Galium album; Gardenia; Gerbera; Gladiolus; Gypsophila; Helianthus; Heliotropium; Holcus; Hydrangea; Iberis; Ilex; Impatiens; Iris; Juglans; Kalanchoe; Lactuca; Larix; Lathyrus; Lavandula; Lens; Lepidium; Leucanthemum; Lilium; Linum; Lobelia; Lupinus; Lycopersicon; Matricaria; Matthiola; Medicago; Mentha; Morus; Myosotis; Nemesia; Nerium; Nicotiana; Ocimum; Olea; Oxytropis; Pelargonium; Peperomia; Petroselinum; Petunia; Phacelia; Phaseolus; Phleum; Phlomis; Phlox; Picea; Pinus; Pisum; Poa; Polygonum; Primula; Prunus; Pseudotsuga; Quercus; Ranunculus; Raphanus; Reseda; Rheum; Rhododendron; Ricinus; Salvia; Sansevieria; Saponaria; Saxifraga; Schizanthus; Senecio; Sesamum; Silene; Solanum tuberosum; Spinacia; Tagetes; Thlaspi; Torenia; Tradescantia; Trifolium; Trigonella; Triticum; Tulipa; Verbascum; Verbena; Veronica; Vicia; Vigna; Vinca; Viola canina; Vitis; Zantedeschia; Zea; Zinnia.

synoniemen

Corticium solani (Prillieux & Delacroix) Bourdot & Galzin, 1911; Thanatephorus cucumeris (Frank) Donk, 1956.

literatuur

Buhr (1965a), Brandenburger (1985a: 12), Jage, Klenke, Kruse ao (2016a).

Laatste bewerking 17.xii.2022